Skip to main content

Sinds de ‘dotcombubbel’ aan het begin van de eenentwintigste eeuw is er veel veranderd in retailland. De omzet die winkeliers boekten door gebruik te maken van online kanalen is de laatste jaren flink gestegen. Retailers hebben hun winkelformule aangepast en openden op een gegeven moment een webwinkel. Steeds vaker wordt het begrip omnichannel genoemd, waarbij fysieke- en online kanalen naadloos in elkaar worden geïntegreerd. Dat de opkomst van het internet een grote impact heeft gehad op het retaillandschap is moeilijk te ontkennen.

Supermarkten bleven tot nu toe buiten schot. Emerce claimt dat omzet die supermarkten via hun online kanalen afzetten slechts 1% van de totale omzet van supermarkten betreft. Rekent de Nederlandse consument zijn boodschappen liever in de winkel af of staan we gewoon pas aan het begin van een ware revolutie? Zowel de Rabobank als de ING hebben onlangs onderzoek gedaan naar dit fenomeen en kwamen allebei met een voorspelling op de proppen. Een leuk detail: de voorspellingen staan haaks tegenover elkaar. Terwijl de Rabobank een afname van het winkeloppervlak voorspelt, gaat ING er juist vanuit dat de invloed van online boodschappen doen in 2025 nog ‘niet relevant’ zal zijn.

De traditionele supermarktketens hebben het online kanaal de afgelopen tijd maar beperkt benut. Ze presenteren allen hun assortiment online, maar de vraag is in hoeverre dat is afgestemd op een online strategie. Twee van de grootste supermarktketens van Nederland laten zien dat er nog een lange weg te gaan is. Bij zowel  Albert Heijn als de Jumbo is online bestellen mogelijk. De Jumbo sloeg de plank echter gigantisch mis met een website die niet te bezoeken was door mobiele apparaten. Bij  Albert Heijn moet je voor minimaal 70 euro producten bestellen, tenzij er een maaltijdbox in je bestelling zit. Volgens Dick Boer, bestuursvoorzitter van Ahold, blijft Albert Heijn bezorgkosten rekenen voor online bestellingen. Ophalen op een pick-up point is echter wel gratis. De Jumbo biedt haar klanten niet eens de mogelijkheid om bestellingen thuis te laten bezorgen.

Supermarkten voelen zich niet bedreigd door bestaande partijen, en dat lijkt terecht. Maar is deze houding ook terecht ten opzichte van nieuwkomers? Startup Picnic lanceerde onlangs haar nieuwe dienst; een bezorg-supermarkt waar je online kunt bestellen. Op de website claimt het bedrijf dat ze altijd de laagste prijzen hanteren, door hun prijzen met die van traditionele supermarkten te vergelijken. De boodschappen worden altijd gratis thuisbezorgd, zelfs ‘s avonds of in het weekend. Picnic heeft als grote voordeel dat ze niet vele vierkante meters winkelruimte hebben om te onderhouden. “We hebben geen dure winkels en wel slimme autootjes”, zeggen ze zelf. Picnic geeft aan een compleet nieuwe menu-structuur te gebruiken, die gebaseerd is op het gedrag dat consumenten in het verleden lieten zien. Picnic gebruikt dus wel slimme algoritmes om hun gebruikerservaring te verbeteren.

De NOS berichtte een tijdje geleden over Deterra, een nieuw initiatief dat consumenten koppelt aan boeren bij hun in de buurt. Deterra wil de tussenhandel uitschakelen, die verantwoordelijk is voor de slechte prijzen die de boeren de laatste tijd voor hun producten ontvangen. Is een nieuw multi-sided platform wellicht de oplossing? Een platform zoals Deterra dat boeren aan consumenten koppelt? Wanneer slimme drones of auto’s worden ingezet die producten tussen distributiepunten (zoals slagers, boeren, bakkerijen) transporteren, kan er gebruik gemaakt worden van de bestaande infrastructuur. Veel van deze partijen hebben namelijk al distributiepunten. De consument kan vervolgens kiezen tussen het bezoeken van één van deze distributiepunten of om de boodschappen thuis te laten bezorgen door een partij als Picnic.

Een slimme startup die kan opereren met minder infrastructuur kan op gigantische kostenbesparingen ervaren. Het kost de bestaande supermarkten jaren om hun huurcontracten af te bouwen, en vervolgens nog moeten werken aan hun distributienetwerk. Er moet echter gezegd worden dat bestaande spelers gedeeltes uit hun huidige distributienetwerk kunnen gebruiken om een nieuw netwerk in te richten.

De supermarkten worden niet alleen aangevallen op hun prijs en distributiekanalen, maar worden ook uitgedaagd door spelers als Marqt, met een gezonder assortiment. Hoe serieus is die dreiging daadwerkelijk? Marqt onderscheid zich voornamelijk op productniveau, wat door A-merken en/of supermarkten zelf redelijk snel te kopiëren valt. De huismerken waar supermarkten de laatste jaren flink in investeerden worden vrijwel allemaal door andere bedrijven geproduceerd. Hier zitten supermarkten dus niet met een gigantische infrastructuur die ze moeten omgooien en daarom zou je kunnen concluderen dat de dreiging minder groot is. Dat klanten steeds meer op zoek gaan naar gezondere alternatieven zal voor weinig supermarkten dan ook een echte verrassing zijn.

De supermarktbranche zal worden uitgedaagd, maar het is de vraag hoe snel de veranderingen daadwerkelijk zullen doorzetten. Ook de immense inkoopvoordelen die grote ketens de afgelopen jaren hebben opgebouwd zijn voor nieuwkomers een reden om zich af te vragen of ze deze branche willen betreden. Ondanks het feit dat de branche hypercompetitief is kan een game-changer gebruik maken van het voordeel dat hij (nog) geen winkels heeft om een voordeel mee te creeëren. Een van de grootste uitdagingen is het veranderen van het gedrag van de consument, die zijn boodschappen op dit moment nog niet massaal op internet doet. Waar doe jij je boodschappen over 10 jaar?

Leave a Reply